REPORTAGE – Feestfoto’s

 
Of het nu om een dansfeest of een trouwfeest gaat, in de meeste gevallen zal je weinig omgevingslicht tot je beschikking hebben. Feestlocaties zijn niet fel verlicht, dat zou de ambiance immers teniet doen. In slecht verlichte ruimtes is een flitser onmisbaar om bewegingsonscherpte te voorkomen. Maar hoe maak je nu scherpe flitsfoto’s van mensen die in beweging zijn en hoe behoud je ook de sfeer in het beeld?


Alvorens we dieper ingaan op de facetten van flitsen tijdens feesten geven we eerst stap-voor-stap uitleg over de totstandkoming van deze foto.

Camera- en flitserinstelling: F5.6 – 1/6sec – 100ISO – 24mm + Flitser op TTL

  1. De foto is gemaakt op een feestlocatie die alleen wordt belicht door gekleurde lampen.
  2. De flitser is verbonden aan de camera met een TTL flitskabel. Met deze kabel kunnen alle flitsfuncties gebruikt worden: High Speed flitsen, stroboscopisch, eerste en tweede gordijn etc. We gebruiken de flitser in dit geval in de TTL flitsmodus.
  3. Flitsen-uitgaan-2

  4. Onze opzet is om foto’s te maken met bewegingsonscherpte op de achtergrond. De flitser zal het model bevriezen en een trage sluitertijd zal ervoor zorgen dat het achtergrondlicht een strepenpartij wordt. Derhalve bepalen we eerst de (trage) sluitertijd van 1/6sec.
  5. We kiezen voor een ISO waarde van 100 en komen dan uit op F5.6 voor een min of meer correct belichte achtergrond.
  6. Deel één van de flitsfoto, het belichten van de achtergrond, is nu bepaald. Deel twee van de foto is het toevoegen van het flitslicht, daar komen we straks op terug.
  7. In donkere ruimtes is er vaak onvoldoende licht en is scherpstellen op het hoofdonderwerp niet altijd goed mogelijk. Omdat we ons hier niet om willen bekommeren besluiten we om het scherpstelpunt vast te zetten op 2 meter.
  8. We stellen scherp op een willekeurig onderwerp op 2 meter afstand met de autofocus (AF).
  9. Nadat we onze vinger van de ontspanknop hebben gehaald ligt het scherpstelpunt nog steeds op de afstand van 2 meter. We zetten de knop aan de zijkant van de camera van autofocus (AF) naar manuele focus (M).
  10. Manuele-focusLR

  11. Zouden we nu opnieuw op de ontspanknop drukken en op een afstand van 8 meter scherpstellen, dan zal de autofocus niet werken. Het scherpstelpunt blijft op 2 meter staan.
  12. OK, met de manuele focus wordt nu alles op 2 meter scherp afgebeeld. We controleren op een DOF calculator hoeveel scherpte we vóór en áchter het onderwerp krijgen. We vullen de cameragegevens in en klikken op ‘Bereken’. Dan blijkt dat de scherpte begint op een afstand van 1.44 meter en eindigt op 3.25 meter. Dit geeft ons wat ruimte om tijdens het fotograferen enigszins af te wijken van de scherpstel-afstand van 2 meter.
  13. DOF

  14. Alle onderwerpen die we vanaf nu fotograferen zullen binnen 1.44 en 3.25 meter scherp in beeld worden gebracht. We kunnen onbekommerd fotograferen zonder door de zoeker te kijken. We kunnen de camera boven ons hoofd gehouden, of richten vanuit kikvorsperspectief. Voor een juiste compositie moeten we echter wel inschatten of we het hoofdonderwerp goed in beeld krijgen. Het fotograferen in groothoekstand helpt hierbij. Liever hebben we teveel in beeld met 24mm dan het risico lopen om het onderwerp deels in beeld te krijgen met 70mm. Een uitsnede van een groothoekfoto is in Photoshop immers makkelijk gemaakt.
  15. Terwijl we de vrouw fotograferen wordt de flitser door een assistent vastgehouden en op haar gezicht gericht. Het flitslicht komt van de linkerkant. Dat zorgt voor mooie schaduwpartijen op het gezicht. Overigens, het werken met een assistent maakt het fotograferen makkelijk, maar de fotograaf had ook zelf de flitser ter hand kunnen nemen.
  16. Flitsen-uitgaan-1

Voordat je zelf aan de slag gaat met het fotograferen bij een feest of in het café, lees ook onderstaande toelichting.
 

Tips op een rijtje

  • Zet je camera op een willekeurig diafragma. F4, F11, het doet er niet toe voor de scherpte-diepte.
  • Voor een spoor van bewegingsonscherpte zet je de camera op een lange belichtingstijd van bijvoorbeeld een hele of een halve seconde. Meer hierover in de Online Les Flitsen met een Trage Synchronisatietijd.
  • Kies voor TTL flitsen en voor flitsen op het eerste gordijn.
  • Fotografeer met een groothoeklens.
  • Lock de focus.
  • Zorg dat er zich lichten achter het onderwerp bevinden.
  • Beweeg met je camera tijdens het nemen van de foto voor extra dynamiek.
  • Hou er rekening mee dat niet alle foto’s goed zullen lukken.

 

Scherpte-diepte

Velen zijn geneigd om te fotograferen met een diafragma F8 of F11 om maar zoveel mogelijk scherpte in beeld te brengen. Met name wanneer er meerdere mensen op de foto worden gezet ontstaat die gedachte. Toch kun je met F4 al volledige scherpte in je beeld krijgen als je fotografeert met een groothoeklens. Daarover heb je geleerd in de paragraaf Scherpte-diepte en het Flitslicht. Daaruit blijkt dat het gekozen diafragma er niet zo veel toe doet voor de hoeveelheid scherpte-diepte in een foto.

Het gekozen diafragma is echter wel van belang als je wilt ‘spelen’ met de sluitertijd. Wil je het omgevingslicht een rol laten spelen, kies dan een diafragma van bijvoorbeeld F8 of F11. Dan kom je namelijk uit op een trage sluitertijd, zie volgende punt.
 

Welke sluitertijd geeft de beste resultaten?

Om die vraag te beantwoorden is het afhankelijk of je al dan niet kiest voor een spoor van bewegingsonscherpte. De resultaten van flitsen met een snelle of trage sluitertijd zijn compleet anders.

flitsen-bij-feesten

F5.6 – 1/60sec – 400ISO – 18mm + F5.6 – 1/3sec – 400ISO – 18mm. Beide foto’s zijn frontaal geflitst.

Wil je een foto maken zonder bewegingsonscherpte, dan zet je de sluitertijd op 1/60sec of 1/125sec. Het gevolg is niet alleen dat alles scherp is, maar je creëert ook een (te) donkere achtergrond.

Zou je fotograferen zonder te flitsen zou je voor een correct belichte opname uitkomen op een sluitertijd van 1/3sec. Alles zal onscherpte vertonen met een dergelijke sluitertijd. Voeg je nu flitslicht toe, dan bevriest het licht het hoofdonderwerp en ontstaat de bewegingsonscherpte gedurende de periode dat de sluiter openstaat.

Kortom, kies je voor een spoor van bewegingsonscherpte dan is je uitgangspunt om te kiezen voor een trage sluitertijd. Zet de camera gerust op een hele of halve seconde. Want hoe trager de sluitertijd des te groter een spoor van bewegingsonscherpte. Je zult zien dat een groot deel van de opname scherp in beeld komt met de bevriezing door het flitslicht. Bij een dergelijke sluitertijd kom je dan al gauw uit op een kleine lensopening van pakweg F11 en een ISO waarde van circa 100.

 

Flitsen op het eerste of tweede gordijn?

Tijdens feesten ligt het voor de hand om te flitsen op het eerste gordijn. Op het beeld zie je namelijk alleen datgene scherp (bevroren) wat belicht is met het flitslicht. Daarbij is het niet relevant op welk moment je de ontspanknop indrukt. Of de flits nu aan het begin van de opname (eerste gordijn) afgaat, of aan het einde van de belichtingstijd (tweede gordijn), het door de flitser belichte onderwerp zal altijd scherp zijn. Tijdens feesten wordt er volop gebabbeld, gelachen en gedanst. Op het moment dat je een gezichtsuitdrukking of beweging ziet, wil je dát moment scherp afbeelden. Dát moment doet zich voor wanneer je op de knop drukt. Je weet immers niet van tevoren of de gezichtsuitdrukking of beweging na een hele of halve seconde (hoe kort dat ook lijkt) nog steeds dezelfde is.

In de blog flitsen op het eerste of tweede gordijn tref je meer toelichting hierover.
 

Ongemerkt foto’s maken door niet door de zoeker te kijken

Als een fotograaf door het zoekerbeeld kijkt en de camera op mensen richt, hebben zij uiteraard in de gaten dat ze gefotografeerd worden. Sommigen nemen dan een bepaalde pose aan die we als fotograaf niet altijd wensen. Zoek je ongedwongen beelden en wil je ongemerkt fotograferen, kijk dan niet door de zoeker van de camera. Meng jezelf in het feestgedruis, dans mee op de dansvloer, en richt de lens vanuit een willekeurig perspectief op de persoon.

flitsenfeesten

F5.6 – 1/60secc – 400ISO – 18mm

Hiertoe fotografeer je met een groothoeklens en lock je de focus. Waarom een groothoeklens en de focuslock? Omdat je niet door de zoeker kijkt kun je niet zien waarop je scherp  stelt. Daarover hebben we gesproken in de toelichting van de eerste afbeelding op deze pagina.
 

Groothoek of telelens?

Het gebruik van een telelens is meestal zinloos tijdens feesten. Er is veel volk aanwezig en als je met een 200mm lens mensen ongemerkt wilt ‘vangen’ zal je snel merken dat dit niet de beoogde beelden oplevert. Mensen lopen door je zoekerbeeld en je kunt maar moeilijk degene die je op afstand wilt fotograferen goed in beeld krijgen. En omdat je moet flitsen vanwege het geringe licht is het fotograferen van diepte niet mogelijk. Met een frontale flits kun je geen goed belichte flitsfoto’s maken. Daarover is gesproken in het paragraaf Het Scherpstelpunt en de Flitsafstand.
Dichtbij de mensen staan werkt beter. Een groothoeklens van bijvoorbeeld 18mm of 24mm geeft hier de beste resultaten.
 

Heeft een spoor van bewegingsonscherpte altijd de voorkeur?

Het is niet zo dat je foto is mislukt als je het omgevingslicht en het bewegingsspoor niet in de foto terugziet. Voor de ene fotograaf geeft het extra sfeer, voor de ander werkt het storend. Het is een kwestie van persoonlijke smaak van de maker en de kijker van de foto. Het enige dat er toe doet is dat je flitsfoto’s goed lukken.
 

Frontaal of indirect flitsen

Het resultaat van een frontale en indirecte flits is groot. De frontale flits zorgt voor harder licht dan de indirecte flits. Bovendien heeft een indirecte flits een groter spreidingsgebied van het licht dan directe flits. Daarover heb je geleerd in het hoofdstuk Indirect flitsen.

indirectflitsen

F5.6 – 1/60sec – 400ISO – 12mm. Indirect geflitst via een (hoog) wit plafond

Een indirecte flits via het witte plafond zal voor de meeste mensen de voorkeur hebben. Maar het is niet altijd mogelijk om indirect te flitsen. Ofwel omdat het plafond te hoog is dan wel dat deze te donker is. In die gevallen is er geen andere keus dan de frontale flitsmethode toe te moeten passen.

 

Beweeg met je camera tijdens het nemen van de foto

Flitsen met een trage sluitertijd én een beweging maken met de camera geeft dynamiek aan je foto. Hier zijn de lichten op het feest als strepen in beeld gebracht, simpelweg door de camera een eindje naar de zijkant te trekken. In de periode dat de sluiter open staat wordt de strepenpartij gecreëerd.

Invulflitsen-13

F4 – 1/8sec – 400ISO – 24 mm

 

Licht op de achtergrond

lichten-achtergrond

F5.6 – 1/3sec – 400ISO – 18mm

Het dansende stel blijft scherp doordat de flits deze bevriest maar de lichten op de achtergrond worden een strepenpartij. Dat kan een mooi effect opleveren maar soms is het minder fraai. Met name als er lampen achter het onderwerp staan kan het licht dwars door het hoofdonderwerp heen worden afgebeeld. Dat is duidelijk te zien op het gezicht van de bruid in de tweede foto.

 

Tot slot

Vaak lukt het goed om de beweging van de persoon te ‘bevriezen’ met het flitslicht. Maar ga er van uit dat niet iedere foto zal lukken. De hoeveelheid omgevingslicht en de snelheid van de bewegingen zorgen steeds voor een ander beeld. Als er veel beweging is van mensen kun je niet goed inschatten hoeveel onscherpte zichtbaar wordt. De tijdsduur waarop de sluiter open staat én de snelheid van de bewegingen van het onderwerp bepalen het uiteindelijke effect van het spoor van de bewegingsonscherpte. Maar, bij optredens of tijdens feestavonden ben je in de gelegenheid om urenlang te experimenteren met het flitsen een trage sluitertijd. Uiteindelijk zul je altijd met een (groot) aantal gelukte foto’s huiswaarts keren.

flitsen-bij-feesten-1

F5.6 – 1/2sec – 400ISO – 18mm. Beide foto’s met dezelfde instellingen gemaakt, de ene is gelukt, de andere niet.