REPORTAGE – Festivalfoto’s

 

Fotografie: Dominique Verhulst
 

Benodigdheden

  • Spiegelreflexcamera met standaard zoomlens
  • Flitser

 

De locatie en (licht)situatie

  • De foto is gemaakt in de middag op een zomerse dag tijdens een muziekfestival.
  • Er is gefotografeerd vanuit een laag standpunt.
  • De flitser is op de camera geplaatst en het stel wordt dan ook met frontaal flitslicht belicht.

 

De instelling van de camera

De camera is ingesteld op F16 – 1/125sec – 200ISO – 28mm. Het omgevingslicht op de achtergrond is onderbelicht met anderhalve stop. Met de onderbelichte lucht krijgen de schapenwolken een fraaier effect.

 

De instelling van de flitser

  • TTL flitsmodus.
  • Omdat de camera is ingesteld op F16, 200ISO en 28mm hebben we veel flitsvermogen nodig. Derhalve is de flitsafstand zeer beperkt, namelijk maximaal 1,8 meter (gerelateerde uitleg in de paragraaf De minimale en maximale flitsafstand).

 

De handelingen

  1. Ons uitgangspunt is om te kiezen voor een sluitertijd van 1/125sec. Daarmee voorkomen we bewegingsonscherpte.
  2. We zetten de flitser aan en wanneer we de ontspanknop half indrukken, activeren we de automatische belichtingsmeter van de camera. Onderin het zoekerbeeld wordt de lichtmeter zichtbaar (zie foto hieronder). Met de instelling Matrixmeting (ook wel Meervlaksmeting genoemd) wordt het licht van het hele beeld gemeten. Omdat we de lucht met schapenwolken een meer dramatische uitstraling willen geven, gaan we de achtergrond met opzet anderhalve stop onderbelichten (zie foto hieronder. We kiezen dan ook voor diafragma F16 en 200ISO.
  3. We zien op het LCD scherm van de flitser dat met de camera-instelling de flitsafstand zeer beperkt. We moeten er dan ook voor zorgen dat we de maximale flitsafstand van 1,8 meter niet overschrijden. Bij iedere foto die we in deze setting maken moeten we dus dicht bij ons onderwerp staan.

 

De bewerkingen in Photoshop

  • Onscherp masker: hoeveelheid 100%, straal 1,0, drempel 0
  • Niveaus (sneltoets Ctrl+L): uitvoerniveau zwart en wit verschoven

 

Variatietip

De grote uitdaging bij flitsen in een lichtrijke situatie is dat je de maximale flitsafstand in acht neemt. Hoe meer omgevingslicht er is, des te meer flitslicht je nodig hebt om de voor- en achtergrond in balans te brengen. Welke instelling je ook kiest, de flitser zal altijd dicht bij het onderwerp moeten zijn om deze correct te belichten. Omdat je veel flitskracht van de flitser vraagt, wordt in deze lichtsituaties dan ook afgeraden om een lichtvormer te gebruiken zoals een diffusorkapje, paraplu of softbox. Deze verminderen namelijk het flitsvermogen, terwijl je dit juist nodig hebt.

In plaats van TTL kun je de flitser ook in de Manuele flitsmodus gebruiken, zolang je de afstand van flitser tot onderwerp maar in acht neemt. Manueel flitsen is de meest accurate manier van belichten omdat je zelf het flitsvermogen bepaalt. Bij TTL wordt het flitsvermogen automatisch bepaald aan de hand van de hoeveelheid lichtreflectie. Dat vergroot de kans op over- of onderbelichting van het hoofdonderwerp welke je vervolgens dient te compenseren (gerelateerde uitleg in de paragraaf Lichtreflectie vertaalt naar een gemiddelde belichting).