REPORTAGE – Op het strand

 

Fotografie: Sonja van Driel
 

Benodigdheden

Spiegelreflexcamera met standaard zoomlens – Flitser.

 

De locatie en (licht)situatie

  • De foto is gemaakt tegen het vallen van de avond op een zomerse dag.
  • De flitser is op de camera geplaatst en de jongens worden dan ook met frontaal flitslicht belicht.

 

De instelling van de camera

De camera is ingesteld op F8 – 1/60sec – 400ISO – 24mm. Het omgevingslicht op de achtergrond is hiermee normaal belicht.

 

De instelling van de flitser

  • TTL flitsmodus.
  • Omdat de camera is ingesteld op F8, 400ISO en 24mm krijgen we een gemiddeld flitsvermogen. De maximale flitsafstand komt hiermee op 6,7 meter (gerelateerde uitleg in de paragraaf De minimale en maximale flitsafstand).

 

De handelingen

  1. Ons uitgangspunt is om te kiezen voor een sluitertijd van 1/60sec. Omdat er veel beweging is met de sprong van de jongens krijgen we zo de beoogde bewegingsonscherpte.
  2. We zetten de flitser aan en wanneer we de ontspanknop half indrukken, activeren we de automatische belichtingsmeter van de camera. Onderin het zoekerbeeld wordt de lichtmeter zichtbaar (zie foto hieronder). Met de instelling Matrixmeting (ook wel Meervlaksmeting genoemd) wordt het licht van het hele beeld gemeten. Omdat we de lucht op de achtergrond normaal willen belichten zorgen we ervoor dat de lichtmeter op het nul-punt staat.
  3. We zien op het LCD scherm van de flitser dat met de camera-instelling de maximale flitsafstand 6,7 meter bedraagt. Bij iedere foto die we met deze instelling maken moeten we de jongens binnen die afstand fotograferen.

 

De bewerkingen in Photoshop

  1. Onscherp masker: hoeveelheid 100%, straal 1,0, drempel 0
  2. Niveaus (sneltoets Ctrl+L): uitvoerniveau zwart en wit verschoven

 

Variatietip 1

De foto van de springende jongens leent zich voor het experimenteren met verschillende sluitertijden. Zie je liever geen enkele bewegingsonscherpte dan kun je kiezen voor flitsen met een snelle sluitertijd (gerelateerde uitleg in de paragraaf High Speed flitsen).

Wil je juist wel bewegingsonscherpte zien, dan kan het fotograferen met een trage sluitertijd van pakweg een halve seconde interessante beelden opleveren. Hierbij is de keuze voor het tweede gordijn wel aan te raden (gerelateerde uitleg in de paragraaf Flitsen op het tweede gordijn).

Variatietip 2

De variatie die op deze locatie toegepast kan worden is het beïnvloeden van de achtergrond. Een onderbelichte lucht kan, met name bij een ondergaande zon, mooie effecten opleveren. De achtergrond op de volgende twee foto’s is met twee stops onderbelicht (gerelateerde uitleg in de paragraaf Belichtingscompensatie van het aanwezige licht).

Invulflitsen-3