1 – Het combineren van twee lichtbronnen

 

Iedere flitsfoto bestaat uit twee lichtbronnen: het flitslicht en het aanwezige omgevingslicht. Het is belangrijk om te realiseren dat beide lichtbronnen volledig los van elkaar staan bij het maken van een flitsfoto. Wanneer aanwezig licht de enige lichtbron zou zijn, is het aanwezige licht de primaire lichtbron. Gebruik je echter de flitser, dan is het flitslicht de primaire lichtbron en wordt het aanwezige licht beschouwd als de secondaire lichtbron.

 

Primaire lichtbron: het flitslicht

Het licht van de flitser is het hoofdlicht. De flitser belicht het onderwerp, ongeacht of je in de TTL of Manuele flitsmodus fotografeert. Zolang het onderwerp zich binnen de maximale flitsafstand van de TTL modus of de ingestelde flitsafstand in de Manuele flitsmodus bevindt, wordt deze correct belicht door het flitslicht. De flitser stelt zijn flitskracht daarop af en ‘raakt’ de achtergrond niet. Het flitslicht heeft dus geen effect op het omgevingslicht.

 

Secondaire lichtbron: het omgevingslicht

Het aanwezige licht is de tweede lichtbron. Het licht kan afkomstig zijn van de zon, sfeerlampen, tl-buizen, discolicht, kaarslicht, de ondergaande zon, enzovoorts. De intensiteit van het aanwezige licht verschilt per lichtbron en per situatie. Voor het maken van de (flits)foto wordt het omgevingslicht belicht door de instelling van de camera.

Invulflitsen-1
F 5.6 – 1/200sec – 200ISO – 50mm. De primaire lichtbron is het flitslicht en belicht het bruidspaar. Het aanwezige daglicht is de secondaire lichtbron en belicht de achtergrond.
Invulflitsen-2
Deze foto is als volgt gemaakt:

  1. De camera staat in de Manuele stand, de flitser staat uit.
  2. Voor de belichting van de achtergrond zetten we het diafragma op F11 en de ISO op 200.
  3. We drukken de ontspanknop half in om de automatische lichtmeter te activeren.
  4. Door te kiezen voor een sluitertijd van 1/60sec krijgen we een correcte belichting van de achtergrond. (Nog niet zo bedreven in Manueel Fotograferen? Lees hoe je in de Manuele Camerastand fotografeert)
  5. De modellen staan in tegenlicht en vallen daardoor in de schaduw. Zij worden niet goed belicht door het omgevingslicht. Dat geeft niet, we gaan bij de volgende opname het flitslicht toevoegen.

 

Invulflitsen-3
We gaan nu flitslicht toevoegen aan het omgevingslicht, zodanig dat deze de voor- en achtergrond in balans brengt. Dat doen we als volgt:

  1. We wijzigen bij deze foto niets aan de camera-instelling. Die blijft staan op F11, 1/60sec en 200ISO.
  2. De flitser wordt aan gezet (TTL flitsmodus) en we stellen scherp op het stel op 2,5 meter afstand.
  3. Op het LCD scherm kunnen we aflezen dat de flitsafstand maximaal 3.8 meter bedraagt bij de gebruikte camera-instellingen. Aangezien 2,5 meter binnen de flitsafstand ligt, kan het stel goed worden belicht door de flitser.
  4. We maken de foto. De flitser heeft de voorgrond belicht, de camera-instelling heeft de achtergrond belicht.

Volgende paragraaf: Invulflitsen